Mijn klinische werk is geworteld in meerdere theoretische kaders. Ten eerste in de gedachte dat psychische klachten geen geïsoleerde symptomen zijn, maar dynamische patronen — voortkomend uit de wisselwerking tussen wie iemand is, hoe hij of zij denkt en voelt, en de omgeving waarin iemand leeft.
Dit inzicht, afkomstig uit de wetenschappelijke literatuur over persoonlijkheidsfunctioneren en complexe systemen, bepaalt hoe ik diagnostisch kijk en hoe ik behandel. Het betekent concreet: aandacht voor samenhangen, voor wat varieert en wat stabiel is, voor de context waarin iemand leeft — en voor de momenten waarop beweging mogelijk is. Deze visie sluit aan bij het contextueel model van psychotherapie (Wampold): de gedachte dat een behandeling niet werkt los van de mens en zijn omgeving, maar juist door de manier waarop therapie, relatie en context op elkaar ingrijpen. Wetenschappelijk onderbouwd, en persoonlijk van uitvoering.
Ten tweede wijst decennia van psychotherapieonderzoek consistent in dezelfde richting: het resultaat van een behandeling wordt niet primair bepaald door de gekozen methode, maar door een aantal gemeenschappelijke werkzame factoren die in elke effectieve therapievorm aanwezig zijn. Waar veel behandelingen zich beperken tot één behandelmethode en specifieke technieken, werk ik — gestoeld op dit onderzoek — vanuit vier erkende referentiekaders die ik naar behoefte zal inzetten of combineren: het psychodynamische, cognitief-gedragstherapeutische, humanistisch-existentiële en systemische psychotherapeutisch kader. Afhankelijk van de aard van de klachten, de persoon en de fase van de behandeling kan van invalshoek — en daarmee ook van behandelmethode — worden gewisseld.
Common factors — wat werkt er écht?
De gedachte dat alle therapievormen iets gemeenschappelijks hebben dat hun effectiviteit verklaart, is niet nieuw. Al in 1961 beschreef de Amerikaanse psychiater Jerome Frank in Persuasion and Healing wat hij zag als de universele werkzame ingrediënten van effectieve hulpverlening: een emotioneel geladen, vertrouwelijke relatie; een helende setting; een geloofwaardig verklaringskader voor de klachten; en een ritueel of procedure die beide partijen actief en hoopvol maakt.
Die kerngedachte is sindsdien uitgebreid onderbouwd. Bruce Wampold toonde met zijn Contextual Model aan dat de verschillen in effectiviteit tussen specifieke therapietechnieken klein zijn, en dat factoren zoals de werkrelatie, empathie, verwachting en de therapeut zelf een veel grotere rol spelen dan lang werd aangenomen. Recent onderzoek bevestigt dit opnieuw: de therapeutische alliantie is de meest robuust voorspellende factor voor behandelsucces — sterker dan welke specifieke methode dan ook.
In Nederland heeft Anton Hafkenscheid dit gedachtegoed breed toegankelijk gemaakt. Zijn pleidooi voor een "bescheiden psychotherapie" — niet protocollair-dogmatisch, maar ambachtelijk en relationeel — is in mijn werk een belangrijke inspiratiebron.
De werkzaamheid van een therapie zit niet in het protocol, maar in wat er tussen mensen gebeurt wanneer ze samen proberen te begrijpen wat er aan de hand is.— vrij naar Hafkenscheid
Concreet betekent dit voor mijn werk dat ik niet uitga van één techniek als de oplossing. Ik werk vanuit de vraag wat jou het meest helpt, wat bij jou past, en welke ingrediënten van helende verandering we samen kunnen activeren. Dat vraagt precisie én ruimte — het beste van wetenschap én ambacht.
Complexe systeemwetenschap
De tweede pijler van mijn werkwijze komt uit de complex systems science (CSS). Deze benadering — oorspronkelijk uit de fysica en biologie, maar inmiddels stevig ingebed in de psychopathologie via onder andere het werk van Han van der Maas, Denny Borsboom, Anna Lichtwarck-Aschoff en Merlijn Olthof — ziet de menselijke geest als een dynamisch, zelfregulerend systeem waarin klachten, emoties, gedrag en context voortdurend op elkaar inwerken.
Vanuit dit perspectief is een psychische klacht geen geïsoleerd symptoom, maar een patroon: een zelfversterkend netwerk van gedachten, gevoelens, gedragingen en omgevingsreacties dat in stand blijft omdat het hele systeem zich eromheen heeft georganiseerd. Verandering ontstaat dan niet door één element te "repareren", maar door op de juiste momenten in dit netwerk in te grijpen — waarbij kleine verschuivingen soms grote effecten hebben.
Dit heeft directe klinische implicaties. Het betekent dat we niet alleen kijken naar wat er speelt, maar ook naar hoe dingen met elkaar samenhangen, wanneer klachten verergeren of juist afnemen, en waar ruimte voor beweging zit. Soms leidt dit tot verrassende inzichten — dat bijvoorbeeld een schijnbaar kleine verandering in slaap of structuur grote effecten heeft, of dat een lastige relatie of werksituatie de motor is achter klachten die aan iets heel anders leken toe te behoren.
Evidence-based richtlijnen
Naast common factors en complex-systeemdenken werk ik met richtlijnbehandelingen die hun werkzaamheid hebben bewezen: MBT (Mentalization-Based Treatment), schematherapie, cognitieve gedragstherapie, EMDR, systeemtherapie, Positieve Psychotherapie, en elementen uit DGT/VERS en EFT.
Welke aanpak bij jou past, bepalen we samen. Soms is dat één duidelijk protocol dat recht doet aan je klacht; soms is het een combinatie van benaderingen die aansluit bij jouw specifieke patroon. Ik volg doorlopend verdere scholing en de actuele wetenschappelijke literatuur om mijn werk scherp te houden.
Hoe een traject eruit ziet
1. Aanmelding en intake
Na aanmelding kijken we samen of er een goede match is en of mijn aanbod bij jouw vraag past. De intakefase bestaat doorgaans uit twee tot drie gesprekken waarin we klachten, geschiedenis, context en hulpvraag in kaart brengen.
Naasten — een partner, een ouder, een goede vriend — zijn van harte welkom bij intake, diagnostiek of behandeling, en ik nodig daar vaak expliciet toe uit. Iemand die jou goed kent kan vaak patronen zien die voor jou vanzelfsprekend zijn geworden; daarnaast geeft het naasten een beter begrip van wat er speelt en hoe ze kunnen steunen. De winst is dus dubbel: rijker zicht op het geheel, én iemand naast je die meebeweegt. Of je een naaste wilt betrekken beslis je altijd zelf — het is een uitnodiging, geen voorwaarde.
2. Formulering en behandelplan
Op basis van de intake maak ik samen met jou een holistische theorie: een werkhypothese over welke patronen er spelen, hoe ze samenhangen, en waar ruimte voor verandering ligt. Daaruit volgt een behandelvoorstel met concrete doelen, een tijdpad en evaluatiemomenten.
3. Behandeling
Sessies zijn doorgaans wekelijks, 45 minuten. In sommige gevallen is een andere frequentie of duur passender. We monitoren regelmatig hoe het gaat — zowel met het oog op je doelen als op de werkrelatie zelf.
4. Evaluatie en afronding
Op vaste momenten evalueren we of we nog op de goede koers zitten. Bij afronding besteden we aandacht aan terugvalpreventie en aan wat je hebt geleerd over je eigen patronen, zodat je het daar zelf mee verder kunt.
Belangrijk
Mijn praktijk is geschikt voor volwassenen (18+). Ik bied geen acute crisiszorg. Bij psychiatrische crisis of suïcidale gedachten waarbij je dringend hulp nodig hebt, neem contact op met je huisarts, de huisartsenpost (buiten kantooruren) of 113 Zelfmoordpreventie (bellen: 113 of 0800-0113).